De oprit naar de villa waar de klasjes voor de kleinste kleuters zijn ondergebracht is steil. Het zout op de klinkers knispert onder mijn bottines. Niet uitglijden!
Er staat een snedige wind die de winterkou in mijn gezicht blaast vanuit het pad naast het gebouw. Van de zijdeur staan dranghekken tot aan het hek waarop plakkaten hangen met de uren waarop de kleuters uit verschillende klasjes naar buiten komen.
De verkleumde ouders ijsberen en stampen de kou uit hun voeten.
Daar komen ze, ingepakt in warme jassen, met sjaaltjes, wollen kragen, mutsen in alle kleuren, een boekentasje aan de hand of een rugzak aangegespt.
Ze kijkt bedremmeld, het wenen is haar nabij. Herkent ze mij niet in mijn parka met een dichtgesnoerde kap afgezoomd met die dikke bontkraag?
Haar gezichtje klaart op.
‘Opa, opa!’
Ik neem haar op de arm en stap de helling naar beneden. Kinderen overal, ouders, fietsjes, kinderwagens, alles door elkaar.
De steenweg voor de school is druk en gevaarlijk. Zij is een woelwater, ik durf haar niet bij de hand houden want ze rukt zich wel eens los. We steken over naar de parking. Ik ben blij veilig in de auto te zitten. Oma komt eraan met grote zus.
Eten, middagdutje. Spelen, lopen, blokkenhuizen bouwen, voorlezen. Fruitpap, koekje, melkje. Peppa pig, Bubble guppies, Cocomelon (alhoewel dat mij mateloos irriteert, maar het moet…).
Zes uur. Sleutels knarsen in het slot van de voordeur.
‘Mama, mama!’
Als we bijna de deur uit zijn word ik teruggeroepen.
Nog een zoen!
Warm en nat. Wat een zalig gevoel!